Bijlmer Centrum is etnisch het meest diverse gebied van de stad, 83% van de bewoners heeft een migratie-achtergrond, meest niet-westers (74%). De grootste groepen zijn Surinaamse Amsterdammers (33%), Amsterdammers van ‘overige’ niet-westerse herkomst (30%, waaronder een grote groep Ghanezen) en Antilliaanse Amsterdammers (6%).  Tamar Berends is vrouw, 24, heeft rood haar en is wit. Ze woont in Heesterveld, een paar jaar geleden nog een achterstandsflat in Amsterdam Zuid Oost.

HAGELWIT DORP

Een kleine zeven jaar geleden verhuisde ik naar Heesterveld. Net twee dagen achttien, opgegroeid in een hagelwit dorp. Daar waren nauwelijks mensen op straat, af en toe een bejaarde met een hond, of een paar spelende kinderen. In de zomer kwam ik naar de Bijlmer en ik dacht dat er een speciaal evenement was, omdat er constant zoveel mensen op straat waren, maar dat bleek al snel gewoon te zijn. Ik heb altijd geleerd om geen oogcontact te maken met groepen mannen op straat, maar hier kon ik niet omheen. Overal waar ik keek was wel iets gaande. Er werd gebarbecued, gepraat, er liepen moeders met kinderen en boodschappentassen, banken en stoelen werden op straat gezet om op te kunnen chillen en er werd vooral heel veel gelachen. In  het dorp leerde ik dat bescheidenheid belangrijk was. Mijn streng christelijke juffen en meesters leerden mij dagelijks over soberheid, nederigheid, bescheidenheid. In gedrag en kledingstijl. Ze vonden mijn zelfgemaakte jurkjes veel te gek.

Gouden kettingen

Hier zie ik stralende gouden kettingen en tanden, en waar in mijn eerdere omgeving lichamen verstopt worden onder lange rokken, laten de vrouwen in Zuidoost trots hun rondingen zien. Het enige wat ik kon denken was: dit is zoveel beter! Waarom ben ik hier niet geboren?

Het duurde uiteindelijk wel een jaar voordat ik iets kalmer over straat liep. Mensen uit het dorp hadden ideeën over de Bijlmer en geloofden dat ik ieder moment vermoord of verkracht kon worden. Daarom liep ik haastig en gespannen langs de groepen roepende mannen. Ik heb altijd geleerd dat het slecht en denigrerend was om te roepen naar een vrouw en ik moest daar als zelfstandige, krachtige vrouw niet op ingaan; alles negeren en naar de grond kijken. Maar steeds vaker realiseerde ik me dat ik hoopte dat de mannen er zouden staan. Hoeveel ik ook wegkeek, ze bleven altijd vrolijk en eigenlijk waren ze helemaal niet denigrerend. Zelfs als ik met een vermoeid hoofd en een grote boodschappentas langsfietste bleven ze lief. Je haren dansen in de wind, meisje. Ga je lekker koken straks? Voorzichtig begon ik op te kijken, of terug te zwaaien. Ik begreep ineens niet meer waar de dorpelingen hun meningen vandaan haalden. Mijn buurmannen voelden niet als mijn vijanden, maar als Bijlmerbeschermengelen.

Gudu

Een tijd later, op een zomermiddag riepen ze: Gudu, kom bij ons! Ik kwam erbij staan. Nu koken, roken, drinken en lachen we samen. Ik voel me nu anders op straat, rustiger. De buurt is de laatste jaren sterk aan het veranderen; de huur stijgt en er komen steeds meer studenten wonen. Studenten die mij al vaker bij de mannen hebben zien staan en vragen of het niet eng is. Voor al mijn nieuwe buren: het is niet eng. Groet je buren en geniet van de Bijlmer. Voor al mijn buurmannen: lobi!

Tamar Berends

Leave a Reply

Your email address will not be published.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.